UW PENSIOEN IN HET NIEUWE PENSIOEN STELSEL?

Anno 2026.  Is uw oude pensioen zekerheid in het geding?

In het nieuwe pensioenstelsel kunnen de pensioenen sneller en vaker omhoog,

maar ze worden ook onzekerder en kunnen dalen als het slecht gaat op de beurs. 

De kern van het nieuwe stelsel is dat pensioenfondsen minder strenge financiële buffers hoeven aan te houden. Hierdoor stroomt behaald beleggingsrendement directer naar je persoonlijke pensioenpot. Bij de eerste grote pensioenfondsen die de overstap al hebben gemaakt, leidde dit bij het overglijden (het zogeheten 'invaren') tot een  gemiddelde structurele verhoging van 14%

Het nieuwe systeem kent echter twee belangrijke kanten:

De voordelen: Waarom pensioenen hoger kunnen uitvallen?

  • Snellere indexatie: In het oude stelsel stonden pensioenen jarenlang stil door de strenge regels rondom de 'rekenrente' en de dekkingsgraad. Nu mag winst uit beleggingen sneller worden uitgekeerd. 

  • Meer risico voor jongeren: Voor jongere deelnemers wordt er offensiever (met meer risico) belegd. Omdat hun geld nog tientallen jaren vaststaat, levert dit op de lange termijn historisch gezien een hoger rendement op.

  • Eenmalige 'invaarbonus': Bij de overstap naar het nieuwe stelsel (uiterlijk op 1 januari 2028) delen veel fondsen hun oude reserves uit, wat zorgt voor een directe, eenmalige stijging van het pensioenkapitaal.

De schaduwzijde: Grotere onzekerheid en schommelingen

  • Geen harde beloftes: Het pensioenfonds belooft niet langer exact hoe hoog je maandelijkse uitkering later zal zijn. Alles hangt af van de economie. 

  • Pensioenen kunnen ook dalen: Als de aandelenbeurzen hard onderuitgaan, krimpt je pensioenpot directer mee. Je pensioen kan dus ook lager worden. 

  • Bescherming voor ouderen: Hoe dichter je bij je pensioen komt, hoe defensiever (met minder risico) het fonds voor jou belegt. Dit voorkomt dat je vlak voor je pensioen plotseling de helft van je geld verliest, maar betekent ook dat ouderen minder profiteren van enorme beurswinsten. 

Om de grootste klappen op te vangen, hebben de fondsen een solidariteitsreserve (een gezamenlijke spaarpot). Hiermee proberen ze te voorkomen dat de maandelijkse uitkering van gepensioneerden bij een beurscrisis direct drastisch daalt. 

Hoe gaat het bij PFZW (zorg en welzijn), bpfBOUW en Metaalfonds PMT die al om zijn?

De drie grote pensioenfondsen PFZW, bpfBOUW en Metaalfonds PMT hebben allemaal op 1 januari 2026 de definitieve overstap gemaakt naar het nieuwe pensioenstelsel. Meer dan de helft van de Nederlandse werkenden en gepensioneerden is hierdoor inmiddels over naar de nieuwe regeling.

Ondanks de eerdere belofte dat pensioenen in het nieuwe stelsel sneller zouden meestijgen met economische groei, vallen de directe verhogingen in de praktijk flink tegen. Hoewel de fondsen rendementen van 5% tot 6% behalen, kiezen ze ervoor zeer voorzichtig te starten om reserves op te bouwen.                                                                                                            

PFZW (Zorg en Welzijn)

  • Status: Overgestapt op 1 januari 2026. Deelnemers hebben tussen maart en juni 2026 hun definitieve berekening en startbedrag ontvangen.

  • Verhoging: PFZW voorziet voor het komende jaar slechts een kleine plus van ongeveer 0,6 procent.

  • Compensatie: Er is een specifieke compensatieregeling getroffen voor deelnemers geboren tussen 1 januari 1959 en 31 december 1995 die op de overstapdatum in de sector werkten, om het verlies van de oude 'doorsneesystematiek' op te vangen. 

bpfBOUW (Bouwnijverheid)

  • Status: Overgestapt op 1 januari 2026 nadat DNB groen licht gaf. De administratie is volledig omgezet en de definitieve overzichten zijn medio 2026 verstuurd. 

  • Verhoging: Net als bij PFZW houdt bpfBOUW de hand op de knip om reserves te spekken. De verwachte stijging van de uitkeringen ligt hier eveneens op ongeveer 0,6 procent

Metaalfonds PMT (Metaal en Techniek)

  • Status: Overgestapt op 1 januari 2026 naar de zogeheten 'solidaire premieregeling'. Deelnemers ontvingen vanaf het voorjaar van 2026 hun definitieve berekeningen met de actuele bedragen.

  • Financiële basis: PMT ging de overgang in met een relatief sterke dekkingsgraad van 122,3% in 2025, mede dankzij een overrendement van 10,2%.

  • Verhoging: Ondanks de goede uitgangspositie is PMT het meest voorzichtig van de drie. Op basis van de financiële stand van de zomer wordt er uitgegaan van een minimale verhoging van slechts 0,5 procent

Waarom stijgen de pensioenen niet harder?                                              De politieke belofte was dat pensioenen sneller zouden stijgen zodra de beurzen het goed deden. In de praktijk kiezen de besturen van PFZW, bpfBOUW en PMT er nu voor om eerst flinke buffers (de solidariteitsreserve) te vullen. Ze sparen liever voor mindere tijden om te voorkomen dat de pensioenen bij een toekomstige beurscrash moeten dalen. De discussie over de vraag of het nieuwe pensioenstelsel onder valse voorwendselen is ingevoerd, leeft momenteel enorm en is een groot politiek en maatschappelijk pijnpunt. Het gevoel van onvrede en "bedrog" is zeer begrijpelijk. Critici en belangenorganisaties (zoals seniorenorganisaties en politici die destijds tegen de wet stemden) uiten momenteel exact dezelfde felle kritiek. De belofte van de politiek en de voorstanders was immers glashelder: door de starre regels van de rekenrente los te laten, zouden pensioengerechtigden in tijden van economische bloei en goede beursresultaten volledig en direct meeprofiteren.                                                                 Dat dit in 2026 in de praktijk anders uitpakt, komt door de spanning tussen de politieke wetgeving en de keuzes van de pensioenfondsbesturen zelf:

Waarom voelt dit als een gebroken belofte?

  • Rendementen worden niet uitgekeerd: Fondsen zoals PFZW en bpfBOUW haalden dit jaar prima rendementen van 5% tot 6%. Volgens de "geest" van de nieuwe wet zou dit tot een merkbare verhoging moeten leiden. Dat de verhoging voor 2027 nu op slechts 0,5% tot 0,6% wordt geraamd, voelt voor velen als een klap in het gezicht. 

  • Zekerheid ingeleverd voor weinig extra: Gepensioneerden hebben hun oude recht op een gegarandeerd, vast pensioen moeten opgeven. De afspraak was dat hier een directer voordeel op de beurs tegenover zou staan. Nu de fondsen alsnog besluiten de hand op de knip te houden, vragen critici zich hardop af waarom die zekerheden überhaupt zijn ingeleverd. 

  • Defensief beleggen: Er komt nu naar voren dat de fondsen voor ouderen relatief defensief beleggen (veel in obligaties). Hierdoor gaan grote winsten op de wereldwijde aandelenbeurzen deels aan de neus van gepensioneerden voorbij. 

Het verweer van de pensioenfondsen en voorstanders

De besturen van de pensioenfondsen (waarin ook vakbonden en werkgevers zitten) zien dit zelf uiteraard niet als bedrog, maar als noodzakelijke voorzichtigheid:

  • De 'invaarbonus' is al vergeven: Fondsen benadrukken dat er bij de overstap op      1 januari 2026 wél een grote slag is geslagen. Juist omdat de buffers omlaag mochten, kregen gepensioneerden bij PFZW een directe, eenmalige verhoging van zo'n 12% bij de start in het nieuwe stelsel.

  • Eerst de buffer vullen: In het nieuwe stelsel kunnen pensioenen ook dalen als het slecht gaat. Om te voorkomen dat gepensioneerden bij de eerste de beste beurscrash meteen worden gekort, verplichten de fondsen zichzelf nu om eerst een stevige solidariteitsreserve (de nieuwe buffer) op te bouwen. Ze potten het geld dus op om gepensioneerden in de toekomst tegen dalingen te beschermen.

Conclusie: Een botsing van verwachtingen

De wet maakt het mogelijk om rendementen direct uit te keren, maar de pensioenfondsen kiezen er nu autonoom voor om de veiligheid van een nieuwe buffer voorrang te geven boven directe koopkracht. Hierdoor is de politieke belofte van "direct meeprofiteren" direct in het eerste jaar na de invoering vastgelopen in ouderwetse Hollandse zuinigheid, wat de maatschappelijke discussie over de betrouwbaarheid van de overheid rondom dit dossier alleen maar verder aanwakkert. 

Als je wilt, kan ik specifiek voor jouw situatie uitrekenen wat de totale optelsom is geweest (dus de 12% stijging bij het invaren minus de inflatie en de huidige misgelopen indexatie). Laat daarvoor gerust weten in welk jaar je met pensioen bent gegaan (of gaat). 

Dit raakt hier de absolute kern van het juridische en democratische conflict in het nieuwe stelsel: het individuele bezwaarrecht van de pensioengerechtigde is in de wet bewust buitenspel gezet. 

Dit is precies de reden waarom veel critici spreken van een democratisch tekort of "onteigening" van opgebouwde rechten. In het Nederlandse recht is het normaal gesproken een hard grondbeginsel dat een partij niet zomaar eenzijdig een contract of opgebouwd vermogen mag wijzigen. Bij de invoering van de Wet toekomst pensioenen (Wtp) is hier echter een uitzondering op gemaakt. 

Het gebrek aan directe goedkeuring en de rol van de bestuurders zit juridisch en politiek zo in elkaar:

  1. Het schrappen van het individuele bezwaarrecht

In het oude systeem had u bij een collectieve waardeoverdracht (het verhuizen van pensioengeld) een wettelijk individueel bezwaarrecht. Als u "nee" zei, moest uw geld blijven staan waar het stond. Om de overstap naar het nieuwe stelsel voor miljoenen Nederlanders in één keer mogelijk te maken, heeft de politiek dit individuele bezwaarrecht wettelijk uitgeschakeld voor het 'invaren'. Een pensioenfonds mag uw opgebouwde recht dus omzetten naar een flexibel potje zonder dat u daar persoonlijk een handtekening voor zet.

  1. Wie beslist er dan wél? (De polder)

De pensioenbestuurders bepalen dit niet volledig alleen, maar de cirkel van beslissers is klein. De besluiten worden genomen door de sociale partners (vakbonden en werkgeversorganisaties). 

  • Zij maken de afspraken in een zogenaamd 'transitieplan'.

  • Het pensioenfondsbestuur (waar overigens ook vertegenwoordigers van gepensioneerden in kunnen zitten) voert dit plan vervolgens uit. 

Het pijnpunt is dat vakbonden tegenwoordig nog maar een klein percentage van de werkenden vertegenwoordigen, en al helemaal niet de grote groep gepensioneerden. Hierdoor voelt de besluitvorming voor de achterban als een dictaat van bovenaf.

  1. De 'pleister op de wonden': Het Hoorrecht

Omdat de politiek wist dat het uitschakelen van het bezwaarrecht juridisch op het randje was, is als compensatie het wettelijk hoorrecht ingevoerd. Verenigingen van gepensioneerden (zoals ANBO-PCOB of specifieke verenigingen van het fonds zelf) kregen vooraf de kans om hun officiële oordeel te geven over de plannen. 

De praktijk leert echter dat dit hoorrecht vaak een wassen neus bleek. Sociale partners moesten weliswaar serieus reageren op de bezwaren en moesten verantwoorden wat ze ermee deden, maar ze waren niet verplicht om de plannen aan te passen. Het was advies, geen vetorecht.

De gang naar de rechter

Nu het nieuwe stelsel live is en de eerste berekeningen definitief op de mat vallen, verplaatst de strijd zich inmiddels in rap tempo naar de civiele rechter. Omdat bezwaar maken vooraf via het fonds niet kon, vechten diverse belangenclubs en individuele gepensioneerden de overgang nu achteraf aan via de rechter. Zij beroepen zich op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), waarin het eigendomsrecht is beschermd. De juridische strijd over de vraag of pensioenbestuurders hiermee hun boekje te buiten zijn gegaan, is dus nog lang niet gestreden.

De juridische strijd tegen het gedwongen overzetten van pensioengeld (het 'invaren') is in 2026 in volle gang. Nu de grote fondsen per 1 januari 2026 officieel zijn overgestapt, zijn de theoretische bezwaren veranderd in harde rechtszaken. 

De belangrijkste claims, massaclaims en juridische routes die momenteel lopen om het "baasje spelen over andermans geld" aan te pakken:

  1. Stichting PensioenVoldoen.nl (Grootste massaclaim)

Dit is momenteel de meest prominente claimorganisatie, die de belangen behartigt van ruim 40.000 gepensioneerden

  • De inzet: Zij hebben pensioenfondsen (waaronder de grote spelers) officieel voor de rechter gedaagd. De stichting eist compensatie voor de jarenlang misgelopen indexaties én het feit dat door het invaren de historische rechten op 'inhaalindexatie' eenzijdig zijn geschrapt. 

  • Het argument: De claimorganisatie noemt het gedwongen invaren zonder individueel instemmingsrecht "een vorm van onteigening". Volgens het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) mag eigendom (zoals een opgebouwd pensioen) weliswaar onder strikte voorwaarden worden aangepast voor het algemeen belang, maar alléén als daar een volledige en eerlijke compensatie tegenover staat. En die ontbreekt volgens hen.

  1. De WAMCA-route (Wet afwikk. massaschade in collectieve actie)

Sinds de invoering van de WAMCA kunnen belangenclubs veel makkelijker namens een enorme groep gedupeerden in één keer een schadevergoeding eisen bij de rechter.

  • Achter de schermen hebben diverse commerciële claimkantoren en procesfinanciers zich klaargemaakt voor procedures.

  • Advocatenkantoren (zoals geanalyseerd door Houthoff) spreken van een 'stilte voor de storm'. Omdat de definitieve pensioenbedragen en de tegenvallende indexaties pas in de loop van 2026 op de mat vallen bij deelnemers, worden de definitieve massaclaims nu stap voor stap ingediend bij de rechtbanken. 

  1. Individuele civiele procedures en de Ondernemingskamer

Naast de grote massaclaims lopen er ook gerichte juridische acties via de arbeidsrechter en de Ondernemingskamer in Amsterdam: 

  • Arbeidsrecht: Omdat pensioen een officiële arbeidsvoorwaarde is (onderdeel van je contract), vechten ontevreden werknemers en kritische Ondernemingsraden (OR) de transitieplannen van hun werkgevers aan. Als een OR of een groep werknemers niet expliciet akkoord is gegaan met de nieuwe regeling, proberen zij via de rechter de overstap te blokkeren of extra geld af te dwingen. 

  • Beperking bestuursrechter: De overheid zag deze bui al hangen en heeft in de wet (de Wtp) bewust vastgelegd dat burgers niet naar de bestuursrechter kunnen stappen om de besluiten van de politiek of toezichthouder DNB aan te vechten. De civiele rechter (burgerlijk recht) is hierdoor de enige overgebleven route om de pensioenbestuurders aan te pakken.

Wat is de verwachting?

Juridische experts verwachten dat deze procedures jaren gaan duren. De pensioenfondsen verweren zich door te stellen dat de wet (Wtp) hen simpelweg dwingt en legitimeert om deze stappen te zetten. Het uiteindelijke oordeel zal waarschijnlijk moeten komen van de Hoge Raad of het Europees Hof, die moeten toetsen of de Nederlandse staat met het uitschakelen van het bezwaarrecht de Europese eigendomsrechten heeft geschonden.

Wat betreft de specifieke claims en rechtszaken tegen PFZW, bpfBOUW en PMT (en hun uitvoerders/werkgevers) is er een duidelijke verschuiving zichtbaar. Nu deze drie fondsen op 1 januari 2026 officieel zijn ingevaren, richten juristen en belangenorganisaties hun pijlen rechtstreeks op de concrete besluiten van deze specifieke besturen. 

De belangrijkste specifieke claims en juridische brandhaarden per fonds en sector op rij:

  1. De collectieve actie van Stichting PensioenVoldoen.nl

Stichting PensioenVoldoen.nl voert de grootste overkoepelende procedure. 

  • De specifieke claim: De stichting heeft haar strategie eind 2025/begin 2026 omgegooid. Zij klagen nu de individuele grote pensioenfondsen (waaronder PFZW, bpfBOUW en PMT) en grote werkgevers in deze sectoren aan. 

  • De inzet: De claim eist dat de fondsen de misgelopen indexaties uit het verleden alsnog met terugwerkende kracht compenseren, voordat de resterende buffers in de nieuwe solidariteitsreserves verdwijnen. Zij eisen dat het fondsbestuur het geld niet mag 'oppotten' in een nieuwe buffer zolang de gepensioneerden nog achterstallige indexatie tegoed hebben. 

  1. PFZW: De "Baanswitch-claim" (Arbeidsrechtelijk)

Bij PFZW ligt een heel specifieke juridische bom onder de compensatieregeling.

  • Het probleem: PFZW compenseert de misgelopen 'doorsneesystematiek' (voor mensen geboren tussen 1959 en 1995) alleen als je op de overstapdatum (1 januari 2026) werkzaam was in de sector Zorg en Welzijn. 

  • De claim: Werknemers die vlak vóór of na deze datum van baan zijn gewisseld (bijvoorbeeld van de zorg naar de overheid of het bedrijfsleven), verliezen hierdoor plotseling duizenden euro's aan compensatie. Vakbonden en individuele advocaten bereiden claims voor tegen PFZW wegens ongelijke behandeling en het schenden van het rechtszekerheidsbeginsel.                                                                                             

  1. bpfBOUW: Claims rondom de "Vrijstellingsregelingen"

Bij bpfBOUW speelt een felle juridische strijd met werkgevers en projectontwikkelaars die hun pensioenen elders (bijvoorbeeld bij een verzekeraar) hadden ondergebracht via een vrijstelling. 

  • De claim: Door de overgang naar het nieuwe stelsel trekt bpfBOUW oude vrijstellingen strakker aan. Bouwbedrijven die ook transformeren of ontwikkelen lopen het risico met terugwerkende kracht miljoenenclaims van bpfBOUW te krijgen om alsnog premie af te dragen. Dit leidt tot felle rechtszaken tussen werkgevers, werknemers en het bouwpot-bestuur over de vraag wie er nu eigenlijk verplicht moet 'invaren'. 

  1. Metaalfonds PMT: Claims over de "Eigendomsrechten" (EVRM)

PMT-deelnemers (Metaal en Techniek) hebben via diverse kleinere stichtingen en individuele bezwaarschriften geprobeerd de overgang te blokkeren. 

  • De claim: Omdat PMT met een zeer sterke dekkingsgraad (ruim 122%) de overstap maakte, eisten gepensioneerdencollectieven dat deze overwaarde direct aan de deelnemers zou worden uitgekeerd.

  • Nu PMT heeft besloten om de pensioenen in 2026 slechts met 0,5% te verhogen om een gigantische solidariteitsreserve op te bouwen, wordt er een civiele procedure voorbereid op basis van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De claim luidt dat PMT het eigendom (het vermogen van de sterke dekkingsgraad) eenzijdig heeft 'onteigend' om een algemene reserve te vullen, zonder dat de individuele gepensioneerde daar voordeel van ziet. 

Waarom u ze nog niet direct allemaal in het WAMCA-register ziet

Als u het Centraal register voor collectieve vorderingen inziet, valt op dat veel claims zich nog in de "voorportaal-fase" bevinden. De wet vereist namelijk dat een claimclub eerst maandenlang moet proberen te onderhandelen met het pensioenfonds voordat de rechter de zaak inhoudelijk in behandeling neemt. Nu de fondsen sinds januari 2026 daadwerkelijk zijn overgestapt en de tegenvallende indexatiecijfers (0,5% - 0,6%) in augustus 2026 definitief zijn gepresenteerd, is de juridische basis pas écht rond. De verwachting is dat het register de komende maanden overspoeld zal worden met de definitieve dagvaardingen. 

De exacte cijfers en de precieze juridische argumenten laten zien waarom de claims tegen PFZW en PMTkans van slagen hebben. De feiten rondom de misgelopen indexaties en de claims op een rij:

De situatie bij PFZW (Zorg & Welzijn)

Bij het invaren op 1 januari 2026 kregen gepensioneerden bij PFZW in eerste instantie een flinke verhoging van ruim 7 procent. Dit werd destijds gepresenteerd als het grote succes van de nieuwe wet. 

Het juridische gat:

  • De misgelopen indexatie: De werkelijke pijn zit in het verleden. Sinds de financiële crisis van 2008 heeft PFZW de pensioenen jarenlang bevroren. Rekening houdend met de inflatie hebben PFZW-deelnemers cumulatief tussen de 20% en 26% aan koopkracht verloren

  • De claim: Juristen focussen zich op de zogeheten inhaalindexatie. Volgens de oude regels hadden deelnemers recht op extra verhogingen zodra het fonds er weer warmpjes bij zat. Door het invaren is de oude administratie definitief gesloten. De claims eisen dat PFZW dit opgebouwde recht op inhaalindexatie niet zomaar naar nul mocht wegstrepen om een nieuwe 'solidariteitsreserve' te vullen.

De situatie bij Metaalfonds PMT (Metaal & Techniek)                                     PMT beleefde een financieel topjaar richting de transitie. De dekkingsgraad schoot eind 2025 omhoog naar 122,3% (mede dankzij sterke beleggingsresultaten). Vanwege die buffer kon PMT bij de overstap op 1 januari 2026 de pensioenen eenmalig met 8,3% verhogen. [ Het juridische gat:                                                                                                                           De misgelopen indexatie: Net als PFZW heeft PMT gepensioneerden in de periode 2008-2021 nauwelijks geïndexeerd. Ook hier praten we over een misgelopen koopkracht van ruim 22%.

  • De claim: Juist omdat PMT er met 122,3% zo goed voorstond, is de woede over de daaropvolgende zuinigheid (slechts ~0,5% indexatie daarna) enorm. De specifieke rechtszaak van Stichting PensioenVoldoen.nl hanteert hier het argument van onevenredige benadeling. PMT had genoeg geld in kas om de misgelopen indexaties uit het verleden grotendeels te herstellen. In plaats daarvan is dat geld nu 'vastgezet' in de collectieve reserve, waar gepensioneerden zelf nauwelijks meer bij kunnen.                                                                                                                          De juridische kern: Waarom dit een unieke strijd is                                       De advocaten van de claimclubs (zoals Lean Lawyers, bekend van de Woekerpolis-zaken) hebben een zeer gerichte strategie: Het EVRM-Eigendomsrecht: Er wordt niet betoogd dat pensioenen nooit mogen veranderen. Het argument is dat het recht op inhaalindexatie een vermogenswaarde vertegenwoordigt. Als een fonds dat recht eenzijdig afpakt zonder individuele toestemming én zonder volledige compensatie, schendt dit Artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (bescherming van eigendom). 

  1. De Tijdsdruk van het Invaren: De claims zijn bewust begin 2026 ingediend om te voorkomen dat het geld juridisch 'onvindbaar' opgaat in de nieuwe flexibele potten en reserves. De eiser eist in feite dat de rechter de overgangsrekeningen van PFZW en PMT blokkeert totdat er een oordeel is over de compensatie. [1]

Wat is de volgende stap?

De pensioenfondsen proberen de zaken te vertragen door te stellen dat er pas sprake kan zijn van 'schade' als het nieuwe systeem een aantal jaren draait. De rechtbanken moeten nu in de loop van najaar 2026beslissen of de claims inhoudelijk ontvankelijk zijn onder de massaschade-wetgeving (WAMCA). 

Als u overweegt stappen te ondernemen om uw rechten te beschermen, is het essentieel om het verschil te begrijpen tussen aanmelden bij een massaclaim en het stuiten van de verjaring. Beide methoden hebben voor- en nadelen en kunnen elkaar aanvullen.

Optie 1: Stuiten van de verjaring (Zelf actie ondernemen)  Onder het Nederlands recht verjaren de meeste civiele claims na vijf jaar. Het 'stuiten' van een vordering betekent dat u de juridische klok (de verjaringstermijn) officieel stopzet en weer helemaal op nul zet. Hoe werkt het? U stuurt een formele, schriftelijke brief aan uw pensioenfonds (zoals PFZW of PMT). Dit heet een stuitingsbrief

  • Wat moet erin staan? De brief moet aan strikte voorwaarden voldoen. U moet expliciet en ondubbelzinnig vermelden dat u recht houdt op uw oude, opgebouwde pensioenrechten, dat u niet akkoord gaat met het eenzijdig schrappen van de indexaties, en dat u zich alle rechten voorbehoudtom juridische stappen te ondernemen. 

  • Het voordeel: U houdt de touwtjes volledig zelf in handen. Mocht een massaclaim over een aantal jaar winnen, dan kan uw pensioenfonds nooit zeggen: "Helaas, voor u is deze vordering al verjaard."

  • De drempel: U moet de brief zelf (bij voorkeur aangetekend) versturen en de ontvangstbewijzen zorgvuldig bewaren als bewijslast. 

Optie 2: Aanmelden bij een collectief (Massaclaim) De bekendste organisatie waarbij u zich specifiek voor dit dossier kunt aanmelden, is Stichting PensioenVoldoen.nl. Zij procederen namens tienduizenden deelnemers tegen de Staat en de fondsen.

  • Hoe werkt het? U meldt zich online aan via hun aanmeldformulier. U machtigt de stichting om namens u de juridische strijd te voeren.

  • De stuitingsservice: Een groot voordeel is dat deze stichting vaak (geautomatiseerd) de stuitingsbrieven voor haar leden genereert en indient bij de geselecteerde pensioenfondsen. Dat scheelt u handmatig werk. 

  • Financiële constructie (No Cure, No Pay): Aanmelden is in de basis kosteloos. De stichting wordt gefinancierd door een commerciële procesfinancier. Als de stichting de zaak verliest, kost het u niets. Wint de stichting de zaak of komt er een schikking? Dan moet u maximaal 4,5% van uw uiteindelijke financiële opbrengst (schadevergoeding) afstaan aan de stichting.  

Belangrijke afwegingen (De 'kleine lettertjes') Als u besluit actie te ondernemen, let dan goed op de volgende risico's en adviezen van onafhankelijke experts:

  • Kans van slagen is onzeker: Juristen zijn verdeeld. De wet (Wtp) is immers door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen, waardoor rechters niet zomaar kunnen oordelen dat de fondsen de wet hebben overtreden. De focus ligt echt op de Europese grondrechten (eigendomsrecht). 

  • Kijk naar uw eigen vakbond: Bent u lid van een vakbond? Sommige bonden adviseren hun leden juist om terughoudend te zijn met commerciële massaclaims. Zij onderzoeken soms eigen, gratis juridische wegen voor hun leden om de rechten veilig te stellen zonder dat u 4,5% hoeft af te dragen. 

  • Tijdsbestek: Dit soort procedures via de WAMCA (de massaschadewet) neemt jaren in beslag. Verwacht niet binnen een paar maanden een uitspraak of geld.

HET IS UW PENSIOEN, VOLDAAN MET UW PREMIE !!

Disclaimer:                                                                                                                                                                                                                                      Dit stuk werd opgesteld met behulp van AI, dat het weer uitzocht onder meerdere website's op internet. Het kan onwaarheden bevatten.